Van de week kreeg ik via mijn mail de volgende vraag:

Is het erg als je kleuter van net zes jaar nog geen voorkeurhand heeft, spiegelt, snel zijn concentratie verliest en een traag werktempo heeft?

Over problemen wil ik het dan nog niet hebben, maar moeilijkheden zijn er wel. Als we deze moeilijkheden niet zien en de ontwikkeling niet gestructureerd begeleiden, kunnen problemen ontstaan op het moment dat het kind in groep 3 zit en gaat leren lezen, schrijven en rekenen.

Moeilijkheden kunnen dan problemen worden en zich uiten als volgt:

  • Spiegelen van letters u/n, b/d/p en cijfers 3/5, 21/12
  • Traag leestempo
  • Een woord als kat wordt gelezen als tak
  • Problemen met de ruimtelijke begrippen als meer, minder; een meer dan 5 wordt 4 en 1 minder dan 8 wordt 9
  • Onhandigheid
  • Wisselvallig presteren
  • Problemen met automatiseren doordat het kind in zijn hoofd steeds de werkrichting aanpast
  • Symptomen die lijken op dyslexie/dyscalculie
  • Moeite met het schrijven van letters en letterverbindingen
  • Volgorde van letters bij bv spelling en lezen
  • Faalangst
  • De plussommen goed kunnen maken, maar de min sommen lukken niet omdat je hiervoor weer een andere richting op moet kunnen denken
  • Moeite met klokkijken

Het kan  namelijk heel goed, dat deze kleuter van net zes jaar een (nog) omgekeerde werkrichting heeft of te weinig heeft kunnen profiteren van de symmetrische fase.

Dit is de fase voor de lateraliteitsfase. In de symmetrische fase is er nog geen voorkeur voor een bepaalde hand of richting. Deze fase is rond 5 tot 6 jaar.

Vanaf ongeveer de leeftijd van 6 tot 9 jaar is de lateralisatiefase. Deze fase kenmerkt zich doordat de voorkeurshand gekozen wordt. De ene hand werkt terwijl de andere hand ondersteunt. In deze fase wordt de linker-of rechterhersenhelft dominant, maar ook een dominante voet, oog, oor, wordt gekozen.  Bij de een gaat deze ontwikkeling sneller dan bij de ander.

Met alle goede bedoelingen wordt een kleuter aangeleerd dat de werkrichting van links naar rechts is.

Dit met het oog op onze westerse lees-schrijfrichting. Zo leert de kleuter dat er maar één goede richting is. We zien hier iets heel belangrijks over het hoofd…..namelijk dat het kind de kans moet krijgen om zijn eigen voorkeursrichting eigen te maken voordat er een andere richting wordt aangeleerd. Niet iedereen heeft namelijk een voorkeursrichting van links naar rechts. Zeker de kinderen waarbij het linkeroog dominant is hebben een voorkeur voor een werkrichting van rechts naar links. Als wij hun verplichten om van links naar rechts te werken, verdringen zij hun eigen voorkeur en worden zij niet in de gelegenheid gesteld om vertrouwd te raken met hun eigen werkrichting. Pas wanneer zij voldoende hebben kunnen experimenteren met hun eigen werkrichting kunnen zij zich aanpassen aan de werkrichting van links naar rechts.

De ontwikkeling van de lateralisatie is ook nauw verbonden met de ruimtelijke oriëntatie en het lichaamsbesef.

Het aanvoelen van de voorkeurszijde is een voorwaarde voor de ruimtelijke oriëntatie. Het hebben van een goed lichaamsschema  is van invloed op de ontwikkeling van de lateralisatie

Wanneer een kleuter in groep 2 nog geen voorkeurshand heeft en het werktempo traag is, is het een idee om een kleuteronderzoek af te nemen waarbij er aandacht is voor de ontwikkeling van het lichaamsschema en de ontwikkeling van de lateralisatie zodat richtingsmoeilijkheden in een vroeg stadium worden ontdekt en zo geen probleem hoeven te worden.

Merk je nou dat jouw kind richtingsmoeilijkheden heeft, dan is het altijd goed om even een fase terug te gaan, naar de symmetrische fase. Heb je hier hulp bij nodig neem dan contact met ons op via onderstaande knop: